Reading File 5 The Loneliness of the Long-Distance Runner

Hoe zit een Reading File in elkaar? Elke Reading File bestaat uit twee delen:

A. het boek

Bij elk hoofdstuk uit het boek staat een aantal vragen en opdrachten. Tijdens het lezen van het hoofdstuk dien je de vragen te beantwoorden en de opdrachten uit te werken. Er zijn ook algemene vragen die je voor of na het lezen van het boek kunt beantwoorden

B. het verslag

In het tweede gedeelte gaat het om je eigen beleving van het boek, wat je van het boek vond. Er wordt niet zomaar om je oordeel gevraagd; door de vragen van dit gedeelte te beantwoorden ontstaat je persoonlijke verslag.

A. het boek Algemene vragen en opdrachten

Deze vragen en opdrachten kun je nu doen, maar ook als je met de andere vragen en opdrachten klaar bent.

1. Noteer de schrijver van deze roman.

2. Probeer wat autobiografische gegevens over de schrijver te vinden, die verband houden met dit boek.

3. Wanneer is de roman gepubliceerd?

4. In welke land speelt het verhaal zich af?

5. Hoe lang duurt het verhaal?

6. Verklaar de titel van het verhaal (zie ook vraag 27).

7. Tot welk genre behoort dit boek.

8. Wat is het thema van dit boek, of met andere woorden: welke 'boodschap' heeft de auteur voor zijn lezers?

Lees nu eerst hoofdstuk 1 en let daarbij op de volgende punten:

9. In de eerste regel van dit verhaal noemt Smith, de ik-figuur, het woord Borstal. Probeer er al lezend achter te komen wat dat is.

 

10. Probeer het verschil aan te geven tussen In-law blokes en Out-law blokes.

 

11. Welke 2 negatieve en welke 2 positieve kanten noemt Smith van zijn dagelijkse rondje hardlopen?

 

12. Hoe oud is Smith?

 

13. De direkteur zegt: I know you'll get us that cup," maar wat is Smith van plan?

 

14. Smith komt blijkbaar uit een sociaal zwak milieu; wat vertelt hij over zijn neven?

 

Hoofdstuk 2 is een flash-back

15. Wat vertelt Smith over zijn vader?

16. Wat gebeurt er met het geld van de verzekering?

17. Welke negatieve invloed heeft TV-reclame op Smith?

18. Waarom krijgt Mike een lichtere straf dan Smith?

19. Wat stelen Smith en Mike?

20. Hoe slaagt Smith erin van de agent, die hen vlak na de diefstal aanhoudt, af te komen?

21. Waaruit blijkt dat Smith door zijn moeder beschermd wordt?

22. Wie is 'old Hitler-face'?

23. De laatste keer dat hij aan huis ondervraagd wordt, zegt Smith: "... / did a spiteful thing I'll never forgive myselffor...". Wat heeft Smith voor stoms gedaan?

24. Wat is het gevolg daarvan?


In hoofdstuk 3 wordt de hardloopwedstrijd beschreven

25. Noem de namen van twee Borstals die ook hardlopers naar de wedstrijd hebben gestuurd.

26. Hoe neemt 'old Hitler face' wraak op Smith en zijn moeder?

27. Wat zegt Smith in dit hoofdstuk over "the loneliness of the long-distance runnerV

28. Waarom wil Smith de wedstrijd niet winnen?

29. Welke herinnering komt tijdens de wedstrijd steeds bij Smith boven?

30. Hoe neemt de direkteur wraak op Smith?

31. Wat bedoelt Smith als hij zegt: "... and won my own [race] tmce over?"

32. Waarom moeten we aan het einde van het verhaal concluderen, dat Smith opnieuw gearresteerd is?

De antwoorden en uitwerkingen van al deze vragen en opdrachten vormen samen een boekverslag. Je gaat nu een persoonlijk verslag schrijven met behulp van de vragen hieronder. Het gaat vooral om je persoonlijke ervaringen tijdens het lezen enje eigen oordeel over het verhaal.

B. het verslag

33. Vertel waarom je het verhaal al of niet moeilijk vond en gebruik daarbij één of meer van onderstaande redenen:

- er komen veel / weinig moeilijke woorden in voor

- de schrijver gebruikt lange, ingewikkelde / korte eenvoudige zinnen

- er komen veel / weinig personen in voor

- het Engels van de schrijver is anders dan / hetzelfde als het Engels wat je op school hebt geleerd

- er komen in het verhaal veel / weinig namen en begrippen voor die je niet kent

- je weet genoeg / te weinig van de historische/sociale achtergrond van het verhaal

- je moet veel / weinig tussen de regels door lezen

- de schrijver vertelt het verhaal wel / niet in chronologische volgorde

- de schrijver weidt nogal eens / weinig uit

34. Wat vind je van de schrijfstijl van de schrijver? Gebruik in je antwoord één of meer van de

volgende woorden: zakelijk, afstandelijk, objectief, subjectief, hoogdravend, sentimenteel, satirisch, ironisch,  ..........

Wat vind je van de verteltrant van de schrijver? Gebruik in je antwoord één of meer van de volgende woorden: spannend, meeslepend, boeiend, saai, langdradig, onsamenhangend, ..........

35. Vind je dat de titel van het verhaal een kernachtige weergave van de inhoud en het thema is? Ja, want ..........

Nee, want ..........

36. Welke gevoelens heeft de hoofdpersoon bij je opgeroepen tijdens het lezen? Maak bij je antwoord gebruik van één of meer van de volgende woorden:

- begrip, sympathie, bewondering, emotie, respekt, gemengde gevoelens, medelijden, irritatie, atkeuring, verachting, walging, ...........

Probeer bij jezelf na te gaan waarom dat voelde.

37. Beschrijf het karakter van de hoofdpersoon. Gebruik bij de beantwoording één of meer van de volgende woorden:

- gesloten/openhartig, zeltverzekerd/onzeker, introvert (= in zichzelf gekeerd)/extrovert (= op de wereld gericht), eerlijk/niet altijd eerlijk, rustig/ongedurig, moeilijk/flexibel, ..........

38. Welke persoon in het verhaal stond je het meest tegen? Verklaar waarom.

39. Wat vind je van het einde van het verhaal? Zou je liever een ander einde hebben? Zo ja, waarom?

40. Een klasgenoot wil dit boek gaan lezen. Schrijf een kort positief of negatief advies.

41. Zou je nog wel eens een andere roman van deze schrijver willen lezen? Licht je antwoord kort toe.

Voeg nu je boekverslag en je persoonlijke verslag bij elkaar en je hebt een compleet leesverslag.